Medische Encyclopedie
Inhoud
- Wat doet fluorouracil en waarbij gebruik ik het?
- Wat zijn mogelijke bijwerkingen?
- Mag ik fluorouracil gebruiken met andere medicijnen?
- Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?
- Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?
- Hoe gebruik ik dit medicijn?
fluorouracil
Fluorouracil, ook wel 5-FU genoemd, is een kankerremmende stof (cytostaticum). Het remt de groei van sommige tumoren.
Artsen schrijven het voor als chemotherapie (chemokuur) bij kanker van borst, dikke darm, endeldarm, rectum (het laatste deel van de endeldarm), anus (poepgat), maag, slokdarm, alvleesklier, schaamlippen, blaas, neuskeelholte en huid.
Wat doet fluorouracil en waarbij gebruik ik het?
Kanker
Kanker is een verzamelnaam voor meer dan honderd verschillende ziektes, waarbij lichaamscellen zich ongeremd delen. Het gevolg zijn tumoren (gezwellen) of afwijkingen in bloed en lymfebanen. Het is een ernstige ziekte die dodelijk kan zijn als het niet wordt behandeld.
Dankzij nieuw onderzoek is goede behandeling voor veel soorten kanker mogelijk. Bij snelle behandeling voorkomt u dat een kankergezwel doorgroeit in het omringende weefsel of dat het uitzaait. Bij uitzaaiingen ontstaat kanker op andere plaatsen in het lichaam.
Oorzaak
In elke cel zit DNA. DNA bevat de erfelijke eigenschappen van ons lichaam, zoals de bloedgroep en de kleur van de ogen. Door het DNA weten cellen wat ze moeten doen, bijvoorbeeld ook hoe snel ze moeten delen. Bij een celdeling ontstaan uit 1 cel 2 dochtercellen, met hetzelfde DNA als de moedercel. Als het stukje DNA dat de celdeling bestuurt beschadigd raakt, kan de cel zich sneller gaan delen. De dochtercellen van elke cel bevatten dezelfde schade in het DNA. Daardoor gaan ook deze cellen zich ongeremd delen, met kanker tot gevolg.
Hoe de schade in het DNA ontstaat, is vaak onbekend. Het lijkt soms te komen door chemische stoffen als teer in tabaksrook, of door asbest, alcohol, te veel of te vet voedsel, straling of door een erfelijke aanleg.
Klachten
Kanker is een verraderlijke ziekte. Elke kankersoort veroorzaakt weer andere klachten. In het beginstadium zijn er vaak helemaal geen verschijnselen. Pas als een kankergezwel tegen zenuwen aandrukt, is pijn te voelen.
Sommige klachten komen bij vrijwel alle kankersoorten voor, zoals erge vermoeidheid, gebrek aan eetlust en erg veel afvallen (bijvoorbeeld meer dan 3 kilo per maand).
- Bij kanker van de maag en darmen kan bloed bij de poep ook een aanwijzing zijn. Als de tumor in de buurt van de anus zit, kunt u soms merken dat er rood bloed vermengd is met de poep. Als de tumor hogerop in de darmen of de maag zit, verteert het bloed en ontstaat er een zwarte verkleuring van de poep. Bovendien kunt u ernstige buikklachten krijgen.
- Bij borstkanker kunt u knobbeltjes voelen in de borst, kan de huid indeuken of juist rood en gezwollen zijn, en kan er vocht uit de tepel komen of kan de tepel naar binnen trekken.
- Bij alvleesklierkanker ontstaan klachten als uitstralende buikpijn, geelzucht en jeuk.
- Bij kanker van de schaamlippen merkt u een plekje op de schaamlippen. Dit plekje kan jeuk en irritatie geven en soms bloeden. Het kan pijn doen bij het plassen, zitten of vrijen.
- Bij blaaskanker merkt u soms aanhoudende blaasontsteking, moeilijk kunnen plassen, pijn bij het plassen, bloed in de urine en pijn onder in de buik.
- Bij kanker van de huid merkt u knobbeltjes, ruwe plekken, ontstekingen die niet genezen of huidverkleuringen.
Behandeling
De behandeling hangt af van de soort kanker en het stadium van de ziekte. Meestal bestaat behandeling uit een operatie, chemotherapie of bestraling.
De artsen zullen de tumor eerst met een operatie zo veel mogelijk verwijderen. Daarna is chemotherapie nodig om overgebleven kankercellen en eventuele uitzaaiingen te bestrijden.
Artsen schrijven fluorouracil voor bij:
- Uitgezaaide borstkanker.
- Kanker van de dikke darm, de endeldarm, het rectum (het laatste deel van de endeldarm) en de anus (poepgat).
- Maagkanker, slokdarmkanker en alvleesklierkanker.
- Uitgezaaide alvleesklierkanker.
- Kanker van de schaamlippen.
- Blaaskanker en kanker van de neuskeelholte.
- Huidkanker.
Effect
Fluorouracil bindt zich aan het DNA in de cellen. De cellen kunnen zich hierdoor niet meer delen en sterven af. Het kan enkele weken tot maanden duren voor het effect merkbaar wordt.
Wat zijn mogelijke bijwerkingen?
Dit medicijn heeft een krachtige werking op de celdeling. Niet alleen van kankercellen, maar ook van gezonde lichaamscellen. Hierdoor kunnen bijwerkingen ontstaan, bijvoorbeeld op plaatsen waar de cellen zich van nature snel delen. Dit zijn de slijmvliezen van mond, maag en darmen, de huid, de haren en het bloed.
Door de lijst van bijwerkingen kan het lijken dat het medicijn erger is dan de kwaal. Maar de bijwerkingen komen lang niet bij iedereen in dezelfde mate voor. Bovendien gaan de bijwerkingen na de chemokuur geleidelijk over.
Soms (bij 10 tot 30 op de 100 mensen)
Meer kans op infecties en bloedingen, zoals bloedneuzen. Dit komt door bijwerkingen in het bloed.
Neem contact op met uw arts als u last krijgt van onverklaarbare koorts of keelpijn, blaren in de mond en keel, onverklaarbare bloedneuzen, onderhuidse bloedingen en blauwe plekken. Door een tekort aan witte bloedcellen bent u ook gevoeliger voor infecties door virussen, bacteriën of schimmels. Neem altijd contact op met uw arts bij infecties als verkoudheid, keelontsteking, griep, steenpuisten en andere huidinfecties.
Bloedarmoede. U merkt dat onder andere aan een extreem moe zijn, een bleke huid en slijmvliezen. Raadpleeg dan uw arts.
Ziek of zwak gevoel.
Maagdarmklachten, zoals misselijk zijn, overgeven, diarree, en minder eetlust. Heeft u last van braken of diarree? Drink dan voldoende. Zo voorkomt u uitdroging.
- Deze bijwerkingen komen door ontsteking van de slijmvliezen van uw slokdarm, maag en darmen. Bij misselijkheid schrijft de arts een antibraakmiddel voor. Soms helpt het om vaker te eten, maar dan kleine beetjes. Sommige mensen krijgen ernstige diarree.
- Heeft u last van diarree of moet u overgeven? Zorg dat u extra drinkt. Dan droogt u niet uit. Neem contact op met uw arts als u 4 keer of vaker per dag dunne poep heeft of als u ook in de nacht diarree heeft. Soms is het nodig om uitdroging te voorkomen met medicijnen of een vochtinfuus. Moet u vaker dan 1 keer per dag overgeven? Waarschuw dan uw arts.
Hartritmestoornissen. U kunt dan opeens duizelig zijn of even flauwvallen.
Dit is vooral van belang voor mensen met de hartritmestoornis verlengd QT-interval. Gebruik dit medicijn NIET als u deze hartritmestoornis heeft. Overleg met uw arts. Mogelijk kunt u overstappen op een ander medicijn.
Haaruitval en kaalheid.
Ook uw wenkbrauwen, wimpers, oksel- en schaamhaar kunnen uitvallen. Na de behandeling zal uw haar na ongeveer een maand weer gaan groeien.
Hand-voet-syndroom. Hierbij raken de handen en voeten rood en gezwollen. Uw handen en voeten kunnen dan pijn gaan doen, branderig aanvoelen of gaan kloven, blaren of vervellen. Waarschuw bij deze klachten meteen uw arts.
Benauwd gevoel
Zeer zelden longontsteking.
Langzame genezing van wondjes
Ontsteking van slijmvliezen. Dit kan zorgen voor klachten van uw mond, keel, neus of anus (poepgat). U kunt dit zien aan een vuurrode kleur van de slijmvliezen. Eten en drinken kunnen hierdoor pijnlijk zijn. In veel gevallen helpt het om op ijsblokjes te zuigen. Overleg met uw arts als u hier last van heeft.
Zelden (bij 1 tot 10 op de 100 mensen)
Hartaandoeningen, zoals pijn op de borst bij inspanning, hartritmestoornissen en zeer zelden hartfalen of een hartaanval.
- Houdt u vocht vast (dikke enkels)? Of krijgt u last van hartkloppingen of pijn op de borst? Raadpleeg dan uw arts.
- Zeer zelden lage bloeddruk. Dan kunt u bijvoorbeeld duizelig worden.
Zeer zelden (bij minder dan 1 op de 100 mensen)
Hoofdpijn en duizelig zijn
Maagzweren of darmzweren. Ontstekingen van maag en darmen. In ernstige gevallen bloedingen in uw maag of darmen.
U kunt last krijgen van een brandende pijn in uw buik, misselijk zijn en zuurbranden. Krijgt u hevige pijn of krijgt uw poep een zwarte kleur? Of hoest u bloed op? Waarschuw dan meteen uw arts.
Uitdroging
Drink voldoende als terwijl u dit medicijn gebruikt. Drink ook voldoende als u last krijgt van diarree of overgeven.
Oogklachten, zoals oogirritatie, tranende ogen, wiebelende ogen, wazig zien, dubbelzien, onscherp zien, overgevoeligheid voor licht, rode en gezwollen ogen en oogleden, plakkerige afscheiding, jeuk of een branderig gevoel.
Raadpleeg uw arts als u dit merkt.
Bewegingsstoornissen, zoals stijve spieren, beven, moeite met lopen of praten, rusteloosheid en plotselinge spiertrekkingen. Waarschuw bij deze klachten uw arts.
Droge huid, nagelproblemen en huiduitslag, met name bultjes op armen en benen, jeuk, kloofjes en huidverkleuring, vooral nadat u in de zon bent geweest.
In ernstige gevallen huidontsteking, nagelriemontsteking en loslaten van nagels. Raadpleeg dan uw arts.
Onvruchtbaarheid of verminderde vruchtbaarheid.
- Bij vrouwen kan fluorouracil de menstruatie verstoren.
- Bij mannen kan fluorouracil de vorming van zaadcellen stoppen. Bespreek met uw arts de mogelijkheid om zaadcellen te laten invriezen voor u met de behandeling start.
Koorts
Bloedvergiftiging (sepsis). Bij bloedvergiftiging bent u erg ziek door een infectie. U kunt last hebben van hoge koorts, of juist een heel lage temperatuur, snel ademen, snelle hartslag, in de war zijn, suf zijn en minder kleur in uw gezicht. Dit is erg gevaarlijk. Waarschuw direct een arts.
Psychische klachten. Zoals verward zijn, overmatig vrolijk zijn of minder goed kunnen praten, lezen of schrijven.
Hersenschade. Waarschuw meteen een arts bij suf zijn, in de war zijn, hoofdpijn, slechter zien en epileptische aanvallen.
Reacties op de plaats van injectie. Zoals pijn, rode huid en verkleuring.
Leverschade.
U kunt dit merken aan een gevoelige, opgezwollen buik, buikpijn of een gele verkleuring van het oogwit of van de huid. Heeft u hier last van? Waarschuw dan meteen uw arts. Uw arts zal uw leverwaarden regelmatig controleren.
Overgevoeligheid voor dit medicijn. U merkt dit aan huiduitslag of jeuk.
In zeldzame gevallen ontstaat een ernstige overgevoeligheid met benauwdheid, pijn op de borst, koude rillingen, zweten, flauwvallen of zwelling van het gezicht, mond of tong. Uw arts zal u tijdens het infuus of de injectie goed controleren.
Heeft u last van een bijwerking? Meld dit dan bij het bijwerkingencentrum lareb. Hier worden alle meldingen over bijwerkingen van medicijnen in Nederland verzameld. Ik wil een bijwerking melden
Uitleg frequenties
Regelmatig : bij meer dan 30 op de 100 mensen
Soms : bij 10 tot 30 op de 100 mensen
Zelden : bij 1 tot 10 op de 100 mensen
Zeer zelden : bij minder dan 1 op de 100 mensen
Mag ik fluorouracil gebruiken met andere medicijnen?
Dit medicijn heeft wisselwerkingen met andere medicijnen. In de tekst hieronder staan alleen de werkzame stoffen van deze medicijnen, dus niet de merknamen. Of uw medicijn een van die werkzame stoffen bevat, kunt u nagaan in uw bijsluiter onder het kopje ‘samenstelling’.
- Vaccins. Meld altijd aan de arts dat u fluorouracil gebruikt. Dit medicijn kan de werkzaamheid van sommige soorten vaccins verminderen en de kans op bijwerkingen door de vaccins vergroten. Overleg met uw apotheker of arts als u moet worden gevaccineerd.
- Fenytoïne, een medicijn tegen epilepsie. Fluorouracil kan de bijwerkingen van dit medicijn versterken. U kunt last krijgen van coördinatiestoornissen, spraakstoornissen en extreme slaperig zijn. Overleg met uw arts als u dit medicijn gebruikt.
- Foliumzuur. Foliumzuur kan de bijwerkingen van fluorouracil versterken. Gebruik bij voorkeur geen foliumzuur. Moet u toch foliumzuur gebruiken? Overleg dan hierover met uw arts of apotheker.
- Metronidazol, een medicijn tegen infecties. Dit medicijn versterkt de bijwerkingen van fluorouracil, vooral op het bloed. Als een ander medicijn tegen infecties niet mogelijk is, zal de arts het bloed vaker controleren.
- De bloedverdunners acenocoumarol en fenprocoumon. Fluorouracil kan de werking van bloedverdunners versterken. Meld de trombosedienst dat u dit medicijn gebruikt of als de dosering hiervan wijzigt.
Het is belangrijk dat uw arts weet welke medicijnen u nog meer gebruikt. Neem daarom uw medicatieoverzicht mee als u naar het ziekenhuis gaat. Dit is een overzicht waarop staat welke medicijnen u gebruikt, maar ook of u bijvoorbeeld allergisch bent voor bepaalde medicijnen. U kunt dit overzicht bij uw eigen apotheek opvragen. Krijgt u in het ziekenhuis nieuwe medicijnen, of verandert er iets aan uw medicijngebruik? Geef dit dan ook weer door aan uw eigen apotheek. Dan blijft uw medicatieoverzicht actueel.
Kan ik met dit medicijn autorijden, alcohol drinken en alles eten of drinken?
autorijden?
Ja, dat kan. U mag autorijden.
alcohol drinken?
Alcohol irriteert de slijmvliezen van het maagdarmkanaal. Hierdoor heeft u meer kans op bijwerkingen op de maag en de darmen. Drink daarom liever geen alcohol tijdens de chemokuur en zolang u last heeft van uw maag en darmen.
alles eten?
U kunt alles eten wat uw maag verdraagt. Sommige soorten voedsel kunt u beter niet eten als u last heeft van uw maag.
Mag ik dit medicijn gebruiken als ik zwanger ben, wil worden of borstvoeding geef?
Zwangerschap
Gebruik dit medicijn NIET als u zwanger bent of wilt worden. Dit medicijn kan slecht zijn voor de baby. Het kan aangeboren afwijkingen bij de baby veroorzaken. Tijdens de behandeling en tot 6 maanden daarna mag u niet zwanger worden. Bespreek met uw arts een betrouwbare anticonceptiemethode.
Borstvoeding
Wilt u borstvoeding geven? Overleg dan met uw arts of apotheker. U kunt dit medicijn beter NIET gebruiken als u borstvoeding geeft. Het is niet bekend of dit medicijn in de moedermelk komt. Als het in de moedermelk komt, kan het slecht zijn voor de baby.
Hoe gebruik ik dit medicijn?
Hoe?
Dit medicijn wordt in het ziekenhuis gegeven door een arts of verpleegkundige. U krijgt dit medicijn via een injectie of infuus in uw bloedvat.
Wanneer?
Per soort kanker is er een ander type behandeling met een ander toedieningsschema. Uw arts bepaalt dit voor iedere patiënt apart.
Hoelang?
Meestal gebruikt u dit medicijn gedurende een of meerdere dagen, waarna een pauze volgt van bijvoorbeeld enkele weken. Dit is een cyclus. Deze cyclus moet u meestal een aantal keer herhalen. Het is afhankelijk van de soort kanker hoelang en hoe vaak u dit medicijn moet gebruiken.
Wat te doen met urine, ontlasting, bloed, wondvocht of braaksel?
Voor uw directe omgeving, zoals huisgenoten, is het verstandig contact te vermijden met uw lichaamsvloeistoffen. Aanraken of zoenen mag. Het gaat om maatregelen om niet in aanraking te komen met urine, poep, bloed, wondvocht of braaksel, omdat het medicijn hierin zit. Neem tot 2 dagen na de laatste dosering de volgende maatregelen.
- Was uw handen na elk toiletbezoek. Mannen kunnen het best zittend plassen, om spatten te voorkomen.
- Spoel na gebruik van het toilet 2 keer achter elkaar door, met het wc-deksel dicht. Zo voorkomt u spatten. Maak het toilet elke dag schoon.
- Komt u in contact met lichaamsvloeistoffen, bijvoorbeeld bij schoonmaken? Gebruik dan wegwerphandschoenen.
- Zit er urine, poep, bloed of braaksel op uw kleding of beddengoed? Doe ze dan meteen in de wasmachine. Was ze niet samen met ander wasgoed. Kunt u ze niet meteen wassen? Bewaar ze dan in een afgesloten plastic zak.
- U kunt resten van urine, poep en braaksel opruimen met een wegwerpmatje of keukenpapier. Gooi ze daarna weg in een dubbele afvalzak. Maak de plek daarna eventueel schoon met een sopje. Spoel het sopje door het toilet.
- Bloed en wondvocht kunnen resten van het medicijn bevatten. Doe daarom verband, gaasjes en ander wegwerpmateriaal in een dubbele afvalzak.
- Ook sperma en vaginale uitscheiding kunnen resten van dit medicijn bevatten. Gebruik een condoom en/of een beflapje. Deze kunt u weggooien in een dubbele afvalzak.
- Wilt u meer weten? Bekijk dan de adviezen op kanker.nl.